logo dacosta fysio

Da Costa Fysiotherapie

menu

RSI

RSI header

Meer een bewegings- en houdingsgedragsprobleem dan een onjuiste werkopstelling.

Er zijn mensen met een hopeloze fysieke werkhouding die geen klachten ontwikkelen. Hoe kan dat?

De essentie is dat deze mensen ‘ontspannen’ werken in de ruimste zin. Ze spannen niet onnodig hun spieren aan, ze laten zich niet opjagen en zorgen goed voor zichzelf op tal van andere punten.

Bij de behandeling van RSI in onze praktijk wordt dan ook veel aandacht geschonken aan biofeedback en gedrag bij het werken met een computer. Daarnaast verliezen we de gezondheidstechnische kant niet uit het oog en worden de spier-pees en mogelijke gewrichtsaandoeningen behandeld met triggerpointtherapie, medische training en overige manuele technieken.

Spierspanning- en stressmeters kunnen werknemers inzicht verschaffen in het proces dat leidt tot RSI-klachten. Door overbelasting, te weinig rust of een foutieve werkhouding maken spieren in arm, rug en nek kans geïrriteerd of beschadigd te raken. Dit gebeurt sluipend, waardoor werknemers niet op tijd maatregelen treffen en de klachten zich verder kunnen ontwikkelen tot RSI (Repetitive Strain Injury). RSI kan gezien worden als een mechanisme dat verantwoordelijk is voor een scala aan klachten, waaronder oude bekenden in de fysiotherapie (zoals de tennisarm), 'nieuwe' klachten en soms niet makkelijk te begrijpen symptomen. Door dit misleidende beeld worden werknemers, die zich bij de arts melden met de klachten, niet altijd goed gediagnosticeerd met het risico dat RSI-patiënten een te lang traject moeten afleggen voordat ze de juiste hulp krijgen. De kernpunten die een rol spelen bij RSI zijn:

  • Povere inrichting van de (computer)werkplek.
  • Te weinig afwisseling en beweging in het werk.
  • Taken met een repeterend karakter.
  • Te lange werktijd.
  • Blokkeren van de ademhaling.
  • Overmatige spierspanning die niet nodig is voor het uitvoeren van de taken.
  • Te hoge werkdruk/stress.
  • Weinig sturingsmogelijkheden/satisfactie in het werk.
  • Matige conditie.
  • Matig lichaamsbewustzijn.

Centraal in de behandeling van RSI is het vergroten van de bewustwording van spierspanning, ademhaling en een eventueel verhoogd ‘gejaagd’ gevoel. Zo is het bijna verbijsterend in welke mate mensen hun elleboog strekken in combinatie met een opgetrokken schouder, een voorovergebogen romp en opgetrokken vingers zonder dat dit enig nutheeft voor het uitvoeren van de taak!

Om deze lichaamsfuncties te meten wordt gebruik gemaakt van myofeedback, hartslagcoherentie, huidtemperatuurmeting, huidgeleiding en ademregistratie. Voorlichting en vroegdiagnostiek zijn daarbij belangrijk om het probleem RSI aan te pakken. bijvoorbeeld spierspanning: zo kan worden aangetoond dat de spanning in de nekspieren stijgt wanneer het werkblad te hoog staat ingesteld. En bij een te ver naar buiten geplaatste muis neemt de spanning in de bovenarm toe. Op deze wijze is het gemakkelijk om het effect van een juiste werkhouding te demonstreren waarbij werknemers moeten beseffen dat te hoge spierspanning op langere termijn tot klachten gaat leiden. Wat voor werknemers vaak als moeilijk ervaren wordt is het verschil voelen tussen aanspannen en ontspannen van spieren. Ook de relatie tussen mentale spanning en lichamelijke spanning is soms moeilijk te duiden of verduidelijken.

Veel medewerkers bemerken niet dat het lichaam al heel snel reageert in bepaalde situaties, die zij mogelijk niet als stressvol ervaren, zoals een licht opgevoerde werkdruk of een confronterende opmerking. Mensen beseffen vaak niet dat het lichaam een mechanisme is dat zich continu aanpast en voorbereid om nieuwe situaties aan te kunnen en zijn verbaasd wanneer duidelijk wordt dat relatief onbelangrijke gebeurtenissen (zoals het rinkelen van de telefoon) een stressreactie kan oproepen.

Onderzoek

Bij de begeleiding en training van ongeveer 800 patiënten met RSI-klachten is gebleken dat er een sterke relatie bestaat tussen (vaak niet ervaren) hoge lichamelijke spanning, matig lichaamsbewustzijn en het ontstaan van RSI-klachten. Er is een verband tussen bewegingsgedrag, het (h)erkennen van grenzen en het ontstaan van de klachten. Om deze redenen is het nuttig om de patiënt inzicht te verschaffen in zijn/haar (spier)spanning en daarmee in zijn/haar bewegingsgedrag. Het inzichtelijk maken van deze factoren biedt de patiënten de mogelijkheid om klachtenveroorzakend (werk)gedrag te Ieren herkennen, te erkennen en in positieve zin aan te passen. Bovendien verschaft het begeleiders van patiënten inzicht in veroorzakende factoren op de werkplek en in de werkorganisatie. Op deze manier kan een bijdrage worden geleverd aan het verkrijgen van inzicht in en preventie van RSI-klachten.

Een middel om dit proces te ondersteunen is biofeedback. Bij biofeedback worden metingen op het lichaam gedaan. Deze metingen geven informatie over de wijze waarop het lichaam reageert en onder welke omstandigheden dat gebeurt. Hierdoor wordt inzichtelijk welke processen plaatsvinden, die mogelijk een relatie hebben met of bijdragen aan klachten. Dit biedt de mogelijkheid tot inzicht in en zo nodig reëducatie van bewegingsgedrag omdat direct zichtbaar is, zowel voor patiënt als voor de trainer, wat er gebeurt. Bij RSI-training wordt meestal alleen de spierspanning gemeten, soms in combinatie met het meten van stressmaten, zoals de huidweerstand en huidtemperatuur. Het meten van spierspanning is een onderdeel van de biofeedback en staat bekend onder de naam myofeedback. Patiënten kunnen zowel in de behandelpraktijk als in de werksituatie via biofeedback worden begeleid.